refr.: Tata-tarata, tata-tarata Zo klinkt over zeven bergen Dan nadert aan de horizon De kleine postiljon Tata-tarata, tata-tarata Dat horen de zeven dwergen En zij begroeten aan de bron De kleine postiljon Berg op, berg af En steeds in volle draf Met hart en hand Door 't bonte sprookjesland Tata-tarata, tata-tarata Zo klinkt over zeven bergen Dan nadert aan de horizon De kleine postiljon
's Morgens, als de eerste zonnestralen vallen En de dag breekt weer aan Hoort men in het bos, de zweep weer lustig knallen Dat geluid wordt verstaan Vrolijk tjilpen dan de vogels in de bomen En Sneeuwwitje, die ontwaakt is Kijkt door haar gordijntje heen Zelfs de uil schrikt wakker uit z'n wijze dromen En een ieder hoort dan hoe die kleine wagenwielen raat'len over stof en steen
refr.
Tata-tarata, tata-tarata Zo klinkt over zeven bergen En aan de horizon verdwijnt De kleine postiljon