Staan de bloemen op de ruit Ben ik er 's ochtend als eerste uit 'k Glij voor de wind als een vogel zo vrij Door de polders, over een meer Bij een koek en zopie strijk ik neer En daar vraag jij: dans de Elfstedenwals met mij
Dat strakke 'zjiet', 'zjiet' Mooier geluid bestaat er niet In kadans naar die kerktoren toe Een boerenbrug onderdoor En daarbij fluister ik in je oor: 'Jan dansje wy de Alvestedewals' (at dat ris weze koe)
't Wordt opnieuw rond min acht Luidt de verwachting voor vannacht Er komt voorlopig geen eind aan de kou 't Is nu nog net niet vertrouwd Maar als morgen het ijs wel houdt Dan dans ik de Elfstedenwals met jou