De meid passeert de landman op de akker Haar glimlach reopt gedachten wakker Hij plant zijn hooivork in de grond Kijkt even schichtig in het rond En trekt zich terug achter een schelf Een moment voor jezelf
De abt bidt tot de Allerzoetste Moeder Maar daar passeert een jonge broeder De abt ziet af van de mystiek Verkiest de kwieke motoriek Van handen in het koorgewelf Een moment voor jezelf
De wiskundedocent verliest zijn krijtje Hij bukt en kijkt en bloost een tijdje Verslikt zich in een aftreksom 's Nachts keert hij zich verlekkerd om Een, twee, drie, vier, zes, negen, elf Een moment voor jezelf
Wie kent niet die perfide handelingen Die men slechts hijgend kan bezingen U niet? Ach kom, vergeet het maar Toe, breng hem hier, de huichelaar Dat ik hem onder zaad bedelf Mmm mmm mmm mmm mmm