Als je haast niet over straat durft omdat iedereen dan ziet Je neus precies een snavel van een kruisbek karkiet Grote oren als een zeilschip, klapperen griezelig in de wind Er zal altijd iemand wezen die jou de mooiste vind
Als je nauwelijks durft te praten omdat jij uit jou mond Een stank verspreid van zwavel, vermengd met natte hond Rond je ogen gele korsten en wees niet bang mijn lieve kind Er zal altijd iemand wezen, slechts een taf stekeblind
Want voor een ieder is er een ander en wees niet bang mijn lieve meid Ook voor jou bestaat die kanjer, die zelfs met jou nog vrijd