Ja, laat ons vrolijk weze, op Sint-Antonius feest - feest - feest; op Sint-Antonius feest. Sint-Antonius en de duivel waren gemeen, en ze dansten om het zeerst - zeerst - zeerst; en ze dansten om ter zeerst.
Een van Lucifers posturen die wilde vrolijk zijn - zijn - zijn; die wilde vrolijk zijn. Hij had een ijzeren braadpan op zijn hoofd en een vaatje met brandewijn - wijn - wijn; en een vaatje met brandewijn.
Hij zei tegen Sint-Antoneke: "'t Is een glaasje tegen de vaak - vaak - vaak; 't is een glaasje tegen de vaak." Sint-Antonius zei: "'k En mag geen brandewijn." En hij goot het tegen zijn kaak - kaak - kaak; en hij goot het tegen zijn kaak.
Dat was om hem te kwellen, het ontnemen van de drank - drank - drank; het ontnemen van de drank. Sint-Antonius greep de duivel bij de steert en hij schreeuwde wel zes uren lang - lang - lang; en hij schreeuwde wel zes uren lang.